In 1926 richtten vrouwen uit de eerste feministische golf het Fonds Dr. Catharine van Tussenbroek op. Toen studeerden er nog maar weinig vrouwen. Vandaag zijn er meer vrouwelijke dan mannelijke studenten. Maar met zeventien procent vrouwelijke hoogleraren bungelt Nederland onderaan de internationale ranglijst. Negentig jaar lang werkte het fonds aan versterking van de positie van vrouwen in de wetenschap. Meer dan duizend onderzoeksters zijn door een bijdrage van het fonds geholpen bij hun loopbaan, vooral in de vorm van reisbeurzen. Dit boek vertelt waar ze naartoe reisden, welke onderwerpen ze onderzochten en hoe ze dachten over vrouwen in de wetenschap. Twaalf interviews met bursalen en persoonlijke verhalen uit het archief kleuren de cijfers in. Zo ontstaat een bij vlagen ontroerend beeld van de positie van pionierende vrouwen in de wetenschap. De briljante studente uit de titel is inmiddels hoogleraar.

1 - 2 Weken