Maak een nieuw boekenlijstje

Dit kun je altijd nog aanpassen

Annuleer

Vlaamse literatuur

Filters

Filters

Griet op de Beeck

Griet Op de Beeck (1973) is schrijfster van meerdere succesvolle romans. Voordien heeft Griet tien jaar lang als dramaturg in het theater gewerkt. Daarna maakte ze de overstap naar de schrijvende wereld: eerst werkte ze vier jaar voor HUMO, nadien voor De Morgen.

In januari 2013 debuteerde ze met Vele hemels boven de zevende, een roman over vijf verschillende mensen, met mekaar verwant, die stuntelend overeind proberen te blijven in dit lastige en prachtige leven. Deze roman werd lovend ontvangen en Griet vestigde meteen haar naam in de literaire wereld. In de jaren daarna volgden nog twee bestsellers, Kom hier dat ik u kus en Gij nu. Ook deze romans kregen veel positieve kritieken.

In 2017 verscheen met Het beste wat we hebben het eerste deel van een trilogie over een belangrijke thematiek, namelijk incest. Met het verschijnen van het boek liet Griet Op de Beeck in het tv-programma De Wereld Draait Door weten waarom dit thema voor haar zo belangrijk was. Ze vertelde dat ze in haar jeugd jarenlang seksueel is misbruikt.

Lees meer

Hugo Claus

Toen Hugo Claus per keizersnede werd geboren (5 april 1929) kwam zijn vader toeterend bij het ziekenhuis voorrijden om de aandacht van de dokters op zijn nieuwe Chenard Walkerte vestigen, een automobiel van het type waarin Al Capone rondreed. ‘Als ik me melancholiek voel, schrijf ik dat op rekening van mijn moeder, die me niet eens normaal ter wereld kon brengen,’ zei de zoon daar later over. Hij zou er ook over dichten: ‘Mijn moeder laat haar vrucht – haar prooi – niet los. / Men moet in haar zoeken.’

Met achttien maanden werd Claus al naar een klooster gebracht, waar het leven voor hem van een grote raadselachtigheid bleef: ‘Ik begreep nergens iets van, alleen maar dat je gevangen zat en je wist niet waarom. Die mysterieuze regels hadden je in een greep; een van die regels was dat je Frans moest spreken op donderdag en zaterdag, en Vlaams op de andere dagen. De week daarop was het andersom. Je moest ook zwarte wollen kousen dragen tot boven de knie, en God zat in elke hoek. God zit, geloof ik, heel veel in kostscholen. Op de speelplaats zat hij ook, en als de zuster, wanneer we speelden, één keer floot, dan bleef je helemaal onbeweeglijk stilstaan als een trillende jachthond.’

Het zijn onder andere deze belevenissen die Claus hebben geïnspireerd tot het schrijven van zijn opus magnum Het verdriet van België (1983), waarin de kostschool wordt beschreven als plek van ressentimenten en trauma’s waaruit de jonge hoofdfiguur Louis Seynaeve alleen kan ontsnappen door te fantaseren en de werkelijkheid geweld aan te doen. Bovendien wilde Claus laten zien hoe er in de oorlogsjaren werd gedacht: ‘Toen de Duitsers bij ons binnenvielen was dat een feest voor het oog. In Kortrijk hadden we te maken gehad met Engelse, Franse en Marokkaanse militairen. Tuig. Ze waren doorlopend dronken, ze vergrepen zich aan de vrouwen en als ze brood haalden bij de bakker liepen ze weg zonder te betalen. De komst van de Duitsers in hun zwart glimmende uniformen met het doodshoofd op hun baret was beeldschoon voor een jongen van elf. België gedroeg zich toen als een jongen van elf.’

Vanaf 1949 heeft Hugo Claus veel gereisd. Zijn langdurige verblijf in Parijs in het begin van de jaren vijftig en zijn aansluiting bij Cobra zijn indringend beschreven in de roman Een zachte vernieling (1987). Hij kwam in de ateliers van Karel Appel en Corneille, ging voor het eerst schilderen. Ook ontmoette hij er toneelschrijver Antonin Artaud, die hem in aanraking bracht met het surrealisme. Midden jaren vijftig woonde hij enige jaren in Rome. Hij werkte aan enkele films mee en besloot dat hij op een dag ook zelf filmer zou worden – uiteindelijk zou hij meer dan twintig scenario’s schrijven en vijf films regisseren. ‘Mensen van mijn leeftijd zijn nu eenmaal enorm door de film beïnvloed. Ik wilde zo dicht mogelijk bij die wereld komen. De droom, daar ging het om. De droom heeft de allures van de film, van het beeld.’

Toen Claus in de jaren zestig terugkeerde naar zijn geboorteland was hij al een gevierd schrijver en dichter. Zijn productiviteit ging gelijk op met zijn veelzijdigheid: hij schreef romans, verhalen, gedichten en toneelstukken. Ook genoot hij bekendheid als filmregisseur, scenarioschrijver en beeldend kunstenaar. Een constante bleef zijn aversie tegen het politiek gezag en het katholieke geloof. Soms beleed hij dat op speelse wijze: hij noemde zijn in 1963 geboren zoon naar de ongelovige Thomas. Maar in 1968 kreeg hij enkele maanden voorwaardelijke gevangenisstraf wegens het beledigen van de Heilige Drievuldigheid, die hij als naakte personages in een door hem geschreven en geregisseerd toneelstuk had opgevoerd.

In de jaren zeventig haalde Claus veelvuldig de pers vanwege zijn relaties met de actrices Kitty Courbois – met wie hij rond 1970 in Amsterdam samenwoonde en die de inspiratie vormde voor de tragische liefdesroman Het jaar van de kreeft (1974) – en Sylvia Kristel, met wie hij opnieuw naar Parijs verhuisde en in 1975 een tweede zoon kreeg, Arthur. Nadat hun relatie ten einde kwam keerde hij alleen terug naar Gent, waar hij eindelijk de roman voltooide waar hij al zijn hele leven op broedde, Het verdriet van België.

Met zijn vrouw Veerle de Wit verhuisde Claus onder andere naar Zuid-Frankrijk – het verlangen om steeds een nieuwe woonstede op te zoeken heeft hij waarschijnlijk van zijn vader, die meer dan vijftig keer verhuisde. Hij bleef romans, verhalen, toneelwerk en gedichten publiceren, waaronder De Sporen (1993), Gedichten 1947-1994 (1994), Wreed geluk (1999) en In geval van nood (2004). In de compactheid en de afwisseling van zijn gelaagde poëzie kon Claus zich naar eigen zeggen het best uitdrukken: ‘Poëzie is wat mij beweegt, dat is de kern van wat ik doe. Ik schrijf romans die ik dichterlijk noem, en mijn schilderijen zijn poëtische schilderijen.’

Zijn laatste prozawerken na het met de Libris Literatuurprijs bekroonde roman De Geruchten (1997) zijn de novellen Het laatste bed (1998) en Een slaapwandeling (2000), die zich laten lezen als lyrische preludes op zijn ziekte. Claus leed aan de ziekte van Alzheimer en heeft zelf het moment van zijn overlijden op 19 maart 2008 bepaald.

Hugo Claus publiceerde in totaal meer dan honderdvijftig afzonderlijke titels. Er verschenen van zijn werk meer dan honderd vertalingen in een twintigtal talen. Hij ontving tientallen literaire prijzen in binnen- en buitenland, waaronder de Staatsprijs voor Toneel (meerdere keren), de Staatsprijs voor Poëzie en de Staatsprijs voor Proza; de Prijs der Nederlandse Letteren; de Henriëtte Roland Holst-prijs voor zijn toneeloeuvre; de Cultuurprijs van de Stad Gent; de Constantijn Huygensprijs en in 1998 voor De Geruchten de Aristeion Literatuurprijs, de hoogste Europese literaire onderscheiding.

Lees meer

Dimitri Verhulst

Dimitri Verhulst (1972) werd geboren in Aalst. Hij wordt gezien als een van de grote schrijvers van de Lage Landen. Zijn werk verschijnt in meer dan twintig talen en werd bekroond met verschillende literaire prijzen. Van de klassieker De helaasheid der dingen werden meer dan 200.000 exemplaren verkocht en het boek werd verfilmd en bekroond met de Gouden Uil Publieksprijs. Met Godverdomse dagen op een godverdomse bol won hij de Libris Literatuurprijs. Van De laatkomer werden binnen een paar maanden meer dan 75.000 exemplaren verkocht. Ook dit boek wordt verfilmd, voor toneel bewerkt en over de hele wereld vertaald. In 2014 verscheen zijn roman Kaddisj voor een kut. Verhulst is de schrijver van het Boekenweekgeschenk 2015. Met Het leven gezien van beneden bracht Verhulst in 2016 weer een nieuwe roman uit, waarna later dat jaar Spoo pee doo volgde dat op de longlist van de ECI Literatuurprijs 2017 staat.

Lees meer

Ivo Victoria

Ivo Victoria (1971) is geboren in Antwerpen en woont tegenwoordig in Amsterdam. Hij studeerde communicatiewetenschappen aan de Katholieke Universiteit Leuven. Als zanger van de inmiddels ter ziele gegane popband Kamino bracht hij diverse albums uit en tourde hij door de Benelux. Ivo Victoria werkte bij verschillende Belgische platenmaatschappijen en was betrokken bij de organisatie van het Lowlands-festival. Tegenwoordig werkt hij als freelance projectmanager om meer tijd te kunnen maken voor zijn ware passie: schrijven.

Lees meer

Annelies Verbeke

‘Zonder enige twijfel is Verbeke het grootste talent van haar generatie.’ – De Standaard

Annelies Verbeke (Dendermonde, 1976) is een Vlaamse schrijfster. Ze debuteerde met de internationale bestseller Slaap! (2003) waarvan er meer dan 70.000 stuks verkocht werden. Slaap! werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs en bekroond met de Vrouw & Kultuur DebuutPrijs, de Vlaamse Debuutprijs en het Gouden Ezelsoor 2005. In 2006 verscheen de roman Reus en in 2007 volgde Groener gras, een verhalenbundel die op de longlist van de Gouden Uil stond.

Haar boek Dertig Dagen stond op de Shortlist van de ECI Literatuurprijs 2015. Ook haar verhalenbundel Halleluja (2017) werd lovend ontvangen met een nominatie voor de Shortlist van de ECI Literatuurprijs 2017.

Naast romans en verhalen schrijft Verbeke scenario’s en columns in NRC Handelsblad. Haar werk verschijnt inmiddels in 22 landen.

Lees meer