Profiel

Jeroen Brouwers

Jeroen Brouwers

Jeroen Brouwers (1940-2022) was één van de grootste schrijvers van het Nederlandse taalgebied.

‘De boeken die ik heb geschreven zijn mijn biografie: zij zijn de voetstappen die ik nalaat op mijn weg. Al mijn boeken zijn autobiografisch en niettemin alle gelogen – ik schrijf dan ook niet historie, maar literatuur: de mijne. Ik ben de verhalen die ik vertel.’

 

Brouwers wordt geboren in Batavia, waar hij ook zijn kindertijd doorbrengt. Na de Japanse invasie wordt hij met zijn grootmoeder, moeder en zusje opgesloten in Japanse interneringskampen. Brouwers komt in 1948 naar Nederland, waar hij terechtkomt op diverse rooms katholieke kostscholen. Na zijn dienstplicht werkt hij enkele jaren in de journalistiek, onder andere voor De Gelderlander en Romance (het latere Avenue).

Begin 1964 verhuist Brouwers naar Brussel, waar hij tot 1976 als redactie-secretaris en later als (hoofd)redacteur in dienst treedt van uitgeverij Manteau. In 1964 debuteert hij met de verhalenbundel Het mes op de keel en voor zijn volgende roman, Joris Ockeloen en het wachten (1967) ontvangt hij de Vijverbergprijs. Bij het grote publiek wordt hij bekend met Bezonken Rood (1981), waarin hij de toestanden in het interneringskamp Tjideng beschrijft. Deze roman vormt het tweede deel van de autobiografische Indiëtrilogie, met als eerste deel Het verzonkene (1979, Multatuliprijs 1980) en De zondvloed (1988, F. Bordewijkprijs 1989) als laatste deel.

Veel van zijn polemische werk wordt gebundeld in vier Kladboeken. De essaybundel Vlaamse leeuwen (1994) wordt bekroond met de Gouden Uil voor non-fictie. In 2000 verschijnt Geheime kamers waarvoor Brouwers zowel de AKO-Literatuurprijs als de Gouden Uil ontvangt. In 2007 wordt Brouwers onderscheiden met de Prijs der Nederlandse Letteren voor zijn gehele oeuvre. Volgens de jury van die prijs heeft Jeroen Brouwers 'in de naoorlogse Nederlandstalige literatuur bakens uitgezet en verzet'. Bovendien heeft Brouwers 'het egodocument verheven tot een volwaardig literair genre' en noemt de jury Brouwers' brievenboeken van een 'ongeëvenaarde kwaliteit'. Brouwers schreef zijn bekende polemieken 'met veel vuur en verontwaardiging maar vooral steeds met veel liefde voor het onderwerp'. In oktober 2007 verscheen zijn roman Datumloze dagen en in 2009 Sisyphus' Bakens, een pamflet over literaire prijzen, het koningshuis en de waarde van de schrijver. In oktober 2014 verscheen bij uitgeverij Atlas|Contact zijn boek Het Hout. Deze roman wint de ECI Literatuurprijs 2015. in 2017 verscheen De laatste deur, een literaire geschiedenis van zelfmoord, in een nieuwe, ingrijpend herziene en geactualiseerde editie.

 

In Restletsels uit zijn serie Feuilletons kondigde Brouwers in 2012 zijn afscheid aan vanwege een aandoening aan zijn schrijfhand. Toch wist hij met die schrijfhand in 2014 nog de goed ontvangen roman Het hout op papier te krijgen. Het was de eerste Nederlandse roman over jeugdmisbruik in de katholieke kerk, waarvoor hij de ECI Literatuurprijs ontving.

Daarna volgden nog verschillende boeken, waaronder De ZondvloedFeuilletons en als laatste Cliënt E. Busken, waarvoor hij in 2021 jaar de Libris Literatuurprijs kreeg uitgereikt.